De Coalitie Circulair Varkensvoer

Samen Tegen Voedselverspilling werkt aan de ambitie om voedselverspilling in Nederland in 2030 te halveren. Eén van de routes daarvoor is het opwaarderen van rest- en bijproducten, onder andere via diervoer. Want wat niet geschikt is voor menselijke consumptie, kan nog steeds waarde hebben als grondstof in de veehouderij. Hieraan werken we al sinds 2020 vanuit het cluster Circulaire Dierlijke Eiwitketen.

Daarnaast startte in september 2025 de Coalitie Circulair Varkensvoer: een unieke, pre-competitieve samenwerking tussen drie grote Nederlandse retailers (Albert Heijn, Jumbo en Lidl), samen met hun producenten (Van Loon Groep en Vion) en diervoerleveranciers (Agrifirm, De Heus, Duynie, ForFarmers).

Julian Markus (Jumbo):
“De gezamenlijke vraag die we binnen de coalitie wilden beantwoorden was hoe het verhogen van het aandeel rest- en bijproducten in varkensvoer kan bijdragen aan minder voedselverspilling, minder landgebruik en een lagere CO₂e-uitstoot in de Beter Leven 1★ keten, omdat dit uitdagingen zijn waar alle schakels in de keten tegenaan lopen.”



De coalitie is tot mei 2026 begeleid door Been Management Consulting, Wageningen University & Research en Samen Tegen Voedselverspilling en ondersteund door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Aanpak van de coalitie

Om de hierboven genoemde gezamenlijke vraag goed te beantwoorden, was het belangrijk dat alle partijen in de keten, van voerbedrijf tot supermarkt, samen aan tafel zaten. Niet als toeschouwer, maar als deelnemer.

We werkten aan vier werkstromen, elk met een eigen focus:

  1. Data: wat meten we en hoe?
    Samen met de ketenpartners stelden we bestaande definities en meetmethoden vast. Zo ontstond een gedeelde taal.

  2. Wetgeving en randvoorwaarden: wat mag en wat kan? 
    Welke regels en keurmerkeisen spelen een rol bij opschaling?  Door dit samen in kaart te brengen, weet iedereen waar de ruimte zit en waar de grenzen liggen.

  3. Analyse: wat laten de cijfers zien? 
    In de werkgroep hebben we langs twee sporen onderzocht hoe varkensvoer kan bijdragen aan minder verspilling, minder landgebruik en een lagere CO₂e-uitstoot in de Beter Leven 1★-keten. We hebben daarbij zowel gekeken naar primaire ketendata als naar een aanvullende scenarioanalyse van Schothorst Feed Research. In die analyse is onderzocht wat een hoger aandeel rest- en bijproducten betekent voor kosten, CO₂e en landgebruik, en wat het effect is van sturen op een CO₂e-doel op diezelfde factoren. Daarnaast is door WUR onderzocht hoe brijvoer en droogvoer zich verhouden op het gebied van dierenwelzijn1.

  4. Richting: wat doen we met deze inzichten? 
    De uitkomsten van de werkgroep vertaalden we naar concrete keuzes voor de stuurgroep.



Matthieu van der Meer (Albert Heijn): 
“Ik vond het zeer waardevol om in deze samenstelling te verbinden en te verkennen hoe we enerzijds circulariteit in de varkensketen kunnen verbeteren en anderzijds CO₂e kunnen verlagen. We hebben interessante inzichten verkregen rondom de potentie van brijvoer en een duidelijke richting gekregen voor vervolg. Door samen te werken met andere retailers, producenten en diervoerbedrijven, zetten we belangrijke stappen richting een duurzamere en toekomstbestendige varkensketen.”

Bijeenkomst Coalitie Circulair Varkensvoer.

De samenwerking geeft richting voor CO₂e doelsturen in de varkensketen en laat kansen zien op het gebied van brijvoer

In de werkgroep en stuurgroep kwamen partners uit de hele keten regelmatig samen: voerbedrijven, vleesverwerkers, retailers en wetenschap. De samenwerking bracht niet alleen inhoudelijke inzichten op, maar versterkte ook de dialoog tussen partijen. Dat is juist bij systeemverandering van belang, omdat voortgang niet alleen afhangt van inhoud en data, maar ook van begrip en vertrouwen in de samenwerking.

De samenwerking heeft een aantal concrete inzichten opgeleverd over de rol van rest- en bijproducten in het verduurzamen van de varkensketen.

  1. Er wordt door ketenpartners niet actief gestuurd op CO₂e uitstoot, circulariteit of landgebruik. Vandaag wordt varkensvoer samengesteld op basis van voedingswaarden en kosten. 
    Dat betekent: dat rest- en bijproducten alleen toenemen als dit kosten verlaagt of voedingswaarde verhoogt, niet om CO₂e uitstoot, circulariteit of landgebruik te verlagen. Een voerpakket met veel reststromen en/of een lage CO₂e uitstoot wordt niet anders gewaardeerd dan een pakket met primaire grondstoffen en/of een hogere CO₂e uitstoot. Er ís ruimte om te verbeteren, maar alleen als ketenpartners er bewust op gaan sturen.

  2. Droogvoer: meer reststromen mogelijk, en met de juiste sturing daalt ook de CO₂e.
    Het aandeel rest- en bijproducten in droogvoer kan worden verhoogd, maar de keuze van grondstoffen bepaalt de CO₂e-uitstoot. Meer reststromen verlagen de footprint dus niet automatisch. Alleen door de juiste rest- en bijproducten te kiezen, vergroot je zowel de circulariteit als de CO₂e-reductie.

  3. Brijvoer: van nature circulair en kansrijke optie voor het verlagen van CO₂e.
    Brijvoer bevat veel rest- en bijproducten en leidt tot circa 20% minder CO₂e-uitstoot2,3, minder voedselverspilling en lager landgebruik. Ten aanzien van dierenwelzijn zijn brijvoer en droogvoer vergelijkbaar1. In de Beter Leven 1★-keten wordt naar schatting 30 tot 40% van de varkens gevoerd met brijvoer.
    Eén van de genoemde barrières om brijvoer op te schalen in deze ketens was de BLK megastallen norm, maar uit de analyse blijkt dat circa 74% van de brijvoerbedrijven hieraan voldoet en samen ongeveer de helft van de brij-gevoerde varkens houdt.

  4. De weg vooruit: CO₂e-reductie als gezamenlijke prioriteit.
    Alle coalitieleden delen dezelfde ambitie: de CO₂e-uitstoot van varkensvlees moet omlaag. De vraag is niet óf, maar hóe.

Het verhogen van rest- en bijproducten in diervoer is een kansrijk middel, maar niet het enige. Een veehouder kan ook via mestverwerking, LUC vrije soja, energiekeuzes of andere maatregelen CO₂e verlagen. Daarom lijkt doelsturing voor de ketenpartners een logische keuze: een helder CO₂e-doel stellen en de veehouder de ruimte geven om daar op de best passende manier naartoe te werken. Niet voorschrijven wát, maar sturen op het resultaat.

Vervolg

Een belangrijke randvoorwaarde voor het inrichten van CO₂e-doelsturing is uniforme, betrouwbare en vergelijkbare data in de hele keten. De betrokken partijen zullen de komende tijd binnen bestaande initiatieven de stap naar doelsturing verder concretiseren: van gezamenlijke doelen tot meetbare afspraken en de benodigde data-infrastructuur.

Tim Brouwers (Lidl): 
“Wij vinden het bij Lidl belangrijk om de CO2e-uitstoot van onze dierlijke producten te reduceren. De inzichten uit de coalitie laten zien dat dit mogelijk is in de varkensketen als we hierop gaan sturen. Een belangrijke next step is om met de sector een concreet doel hiervoor te formuleren.”

Internationale bijeenkomst in 2026

Tijdens de internationale conferentie 'From Food Waste to Circular & Sustainable Animal Food Products' op 2 en 3 november 2026 wordt meer gepresenteerd over de inzichten van deze coalitie. Lees meer via de button.
Meer over de conferentie

Coalitieleden